Tot in de twintigste eeuw was in menig Nederlandse stad de stadsbeiaardier tevens organist van veelal de Grote Kerk ter plaatse.
De oorsprong van deze 'duobaan' gaat soms al terug naar de late middeleeuwen. Orgels en beiaarden waren destijds eigendom van de
plaatselijke overheid en echte statussymbolen voor een stad. Ze werden op gezette tijden, meestal op markt- en zondagen bespeeld
door de stadsmuzikant. Ook in Friesland waren organisten in het verleden naast stadsorganist tevens stadsbeiaardier zoals Egbertus
Veltcamp uit Koudum. Deze was eerst organist en klokkenist te Dokkum en in 1694 verruilde hij deze functies voor die te Leeuwarden,
alwaar hij Evert Haverkamp opvolgde als organist van de Jacobijnerkerk en klokkenist van de Nieuwe Toren, om vervolgens in 1702
benoemd te worden aan de Grote of St. Laurenskerk te Alkmaar. Ook de bekende Reinier Popma van Oevering vervulde in de 18e eeuw
beide functies in Leeuwarden en in Sneek was het met Willem, Gerrit en Leitje Muizelaar en met Gosling Minnema al niet anders.
Anno 2000 zijn de in Friesland werkzame beiaardiers allemaal tevens organist.
De stad Leeuwarden kreeg haar eerste beiaard omstreeks 1540. Toen werd de Nieuwe of Sint-Jacobstoren gebouwd.
Waarschijnlijk leverde Cornelis Waghevens uit Mechelen in 1541 een bescheiden diatonisch klokkenspel van 12 klokken voor de
pas gebouwde Nieuwe Toren. In de zeventiende eeuw wilde beiaardier Evert Haverkamp een nieuw en groter instrument. Claude Fremy
mag in 1686 een nieuw spel van 28 klokken leveren. Als de Nieuwe Toren in 1884 wegens bouwvalligheid wordt afgebroken, krijgt het
instrument in 1915 een plaats in de stadhuiskoepel. Na een poos werkeloos opgeslagen te zijn geweest, wordt het in 1972 gerestaureerd:
de oude middentoonstemming wordt hersteld. Het tot een totaal van 39 klokken (drie-oktaafsspel) uitgebreide klokkenspel wordt in de
stadhuiskoepel herplaatst en sinds dat jaar bespeelt stadsbeiaardier Dirk S. Donker elke vrijdagochtend tussen 10 en 11 uur het carillon.
Als tweede stad in Friesland kreeg Dokkum in 1615 een klein carillon van 14 klokken. Het werd geplaatst in de koepel van
het stadhuis. Dit klokkenspel werd gemaakt door de gebroeders Jean en François Simon uit Lotharingen De kwaliteit van dit spel kon niet
iedereen overtuigen. In 1837 wordt dan ook besloten het te verwijderen. Maar het gemis aan een goed stadsmuziekinstrument bleef. Pas in
1955 werd een nieuw instrument van Van Bergen uit Heiligerlee aangeschaft. Maar ook dit instrument schonk weinig voldoening. In 1983 werd
Dokkum verrijkt met een hoogwaardig nieuw en fraai instrument bestaande uit 47 klokken (4 oktaven) uit de gieterij van Petit en Fritsen uit
Aarle-Rixtel.
Het instrument wordt elke vrijdagavond tussen 19 en 20 uur bespeeld door stadsbeiaardier Auke de Boer, tevens organist van de Grote of
Martinuskerk in Dokkum. In de zomermaanden van 2000 worden concerten door gastbeiaardiers verzorgd in het kader van de orgelserie Bach in
Dokkum. Voorafgaande aan zijn concert in de Grote Kerk speelt de organist-beiaardier eerst op de beiaard werken van Johann Sebastian Bach.
Rond het stadhuis en langs en water van de Zijl zijn zitbankjes en terrasjes om het beiaardspel te beluisteren. Het beiaardconcert is steeds
op het stadhuis van 19.00 tot 19.50 uur, het aansluitende orgelconcert in de Grote of Martinuskerk van 20.00 tot 20.40 uur. Het gaat daarbij
om de volgende concerten en data:
11/08 Henk Veldman (Middelstum)
18/08 Bernard Winsemius (Amsterdam en Haarlem)
25/08 Gijsbert Kok (De Lier en Weesp / Zoetermeer)
01/09 Auke de Boer (Dokkum)
08/09 Adolph Rots (Appingedam) en Auke de Boer (vierhandig concert)
De concertserie Bach in Dokkum wordt op 30 juni om 20.00 uur ingeluid met een groot blokfluitspektakel in de Grote Kerk aan de Markt: een
groot blokfluitorkest speelt in hoofdzaak muziek van Johann Sebastian.
Wat betreft de inloopconcerten in de Grote Kerk van Dokkum elke vrijdagavond gedurende de zomermaanden, raadplege men de Friese Orgelagenda
in de Friese Orgelkrant 2000. De Grote Kerk van Dokkum is in de zomermaanden op woensdagmiddag geopend voor bezichtiging. Veelal is er dan
ook orgelspel.
In 1710 kreeg de Grote Kerk van Sneek niet alleen een nieuw Schnitgerorgel, er was ook geld voor een nieuw klokkenspel. De
basis van het thans aanwezige instrument werd in 1948 door Van Bergen uit Heiligerlee gelegd. In 1969 en 1999 werd het door Petit en Fritsen
vergroot tot een spel van 48 klokken. Stadsbeiaardier en organist van de Martinikerk Dirk S. Donker laat het instrument iedere dinsdag van
9.00 tot 9.30 uur en elke vrijdag van 12.00 tot 12.30 uur horen. In de zomer zijn er avondconcerten op de woensdag.
Ook Bolsward (stadhuis), Joure (hervormde kerktoren) en Heerenveen beschikken over een handbespeelbare beiaard. Deze plaatsen
zijn pas in de twintigste eeuw met een toreninstrument verrijkt. In Bolsward wordt het instrument elke donderdag van 10.45 tot 11.45 uur
bespeeld door Klaas de Haan uit Laren. Op Crackstate, het huidige raadhuis van de gemeente Heerenveen, wordt iedere donderdagavond
het instrument bespeeld door Mar Bruinzeel uit Diever. De wekelijkse bespeling in Joure vindt plaats op woensdag tussen 14.00 en
14.45 uur en op zaterdag van 14.30 tot 15.15 uur. Beiaardier is Dirk S. Donker uit Sneek.
Naast deze handbespeelbare beiaarden zijn er in een aantal Friese plaatsen automatische spelen te beluisteren, te weten in Leeuwarden,
Franeker, Harlingen, Workum, Lemmer, Grou(w), Drachten en Surhuisterveen. Zij zijn kleiner in omvang en beschikken doorgaans maar
over 18 lichte klokken. Medio juni verschijnt de CD "Fryslan's sjongende tuorren" (Frieslands zingende torens) waarop de zes handbespeelbare
Friese beiaarden te beluisteren zijn.